Onze paaswandeltocht is altijd op Paaszaterdag, de zaterdag voor Pasen.
De paasdatum is ooit vastgelegd door het concilie van Nicaea (Klein Azië) in het jaar 325. De koppeling van het paasfeest aan de schijngestalte van de maan had het grote praktische voordeel dat de pelgrims die op weg waren voor de viering van het paasfeest, zeker zouden zijn van verlichte nachten. Het gevolg hiervan is echter, dat de paasdatum tot op de dag van vandaag op een grillige manier heen en weer schuift in onze kalender. Ons kalenderjaar van 365 dagen (eens in de 4 jaar 366) telt namelijk niet een geheel aantal z.g. synodische maanomlopen. Een synodische maanomloop is de tijd die de maan nodig heeft om weer dezelfde schijngestalte te bereiken. Deze tijdsduur bedraagt gemiddeld 29.5306 middelbare zonnedagen. De toevoeging 'synodisch' is nodig omdat er ook ander definities van het begrip maanomloop bestaan, zoals bijvoorbeeld de 'siderische'; dit is de tijd die de maan nodig heeft om, uitgaande van een bepaalde positie tussen de sterren, dit punt opnieuw te bereiken. Dat duurt gemiddeld 27.3217 middelbare zonnedagen.
Deze afhankelijkheid van de maan leidt er toe dat de paasdatum kan variëren tussen 22 maart en 25 april, een periode van 35 dagen. In onze moderne tijd hebben we de maan niet meer nodig als bron van verlichting tijdens nachtelijke reizen. Het lag dus voor de hand, dat er voorstellen zouden komen om Pasen los te koppelen van de schijngestalte van de maan en een (min of meer) vaste paasdatum in te voeren. Geheel vast kan deze echter niet worden, althans niet zolang wij de in gebruik zijnde kalender blijven hanteren. In deze Gregoriaanse kalender valt een gegeven weekdag elk volgend jaar op een andere datum.
Een werkelijk vastliggende paasdatum zou er pas kunnen komen na een vrij ingrijpende hervorming van de kalender, bijvoorbeeld in de zin van het ontwerp dat ooit op tafel heeft gelegen bij de Verenigde Naties. Dit ontwerp verdeelde het jaar in vier kwartalen van onderling gelijke duur (elk 91 dagen, samen dus 364) met aan het einde een dag-zonder-datum, een zogenaamde blanco dag. In schrikkeljaren zou een soortgelijke blanco dag worden ingelast na de laastste zaterdag van juni. In dit ontwerp begint elk nieuw jaar op een zondag en ook elk nieuw kwartaal (91 is namelijk een veelvoud van 7, zodat elk kwartaal een geheel aantal weken telt). De eerste maand van elk kwartaal krijgt 31 dagen, de twee volgende elk dertig.
Op die manier ontstaat er een gelijkmatig ritme (31-30-30, vier maal herhaald) waarin elke datum voortaan steeds op dezelfde weekdag valt (Kerstmis bijvoorbeeld voorgoed op maandag en dinsdag!). Er leven echter bij verscheidene godsdienstige groeperingen ernstige bezwaren tegen dit ontwerp, omdat het met zijn 'blanco dagen' het door velen als heilig beschouwde zevendaagse ritme verstoort. Tussen de laatste zondag van het oude jaar en de eerste van het nieuwe komen dan zeven dagen te liggen in plaats van zes zoals nu. Voorlopig zal de paasdatum en de paaswandeltocht dus toch nog blijven schuiven.
Terug naar vorige pagina